Het doel heiligt de middelen, of het heilige middel zoekt naar een doel? Bij de meeste IT-consolidatieprogramma’s en Data Strategiën is het antwoord duidelijk: het middel wint. De keuze voor het platform ligt vast voordat iemand het onderliggende probleem hardop heeft benoemd.
Waar doet het in je bedrijf daadwerkelijk pijn?
Die vraag ontbreekt meestal in dit soort trajecten, of het nu gaat om IT-consolidatie, een AI-toepassing of data gedreven werken. De dingen waar mensen in de organisatie last van hebben en regelmatig over blijven praten, raken meestal het bedrijfsresultaat. Daar zit de winst van Business First: je brengt vanzelf focus aan op de bedrijfs- en datastrategie die daadwerkelijk nodig is.
De wensgedachte van het tooltje
Een tool kopen voelt als vooruitgang. Een contract wordt getekend, een project krijgt een inspirerende naam, en er verschijnt een dashboard,.
De tool lost alleen het probleem op dat je er zelf instopt. Software verwerkt de data die je erin voert en verandert niets aan de reden waarom die data niet klopte.
Wie begint bij technologie, sluit zijn ogen voor de echte problemen.
IT-consolidatie is geen strategie
IT-consolidatie is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Systemen worden samengevoegd, processen gestandaardiseerd, teams in agile werkwijzen geperst.
Zo’n traject start doorgaans met een goed voornemen: een waarheid, een platform, een proces. Onderweg verdwijnt de oorspronkelijke vraag uit beeld en wordt het programma zelf het doel.
De aandacht verschuift naar de operationele laag: sprints, backlogs, snelheid van opleveren. De business moet mee die modus in. Product owners plannen releases, stakeholders schuiven aan bij refinements, en de vraag welke data er voor het bedrijf toe doet verdwijnt onder de vraag wat er deze sprint wordt opgeleverd.
Bewegen om het bewegen is duur. De organisatie betaalt uiteindelijk twee keer: eerst voor de consolidatie of implementatie, dan voor de correctie die alsnog nodig blijkt.
Pijn is een signaal, geen ruis
De klachten die telkens terugkeren in een organisatie zijn zelden toeval. Een rapportage die nooit klopt, een team dat handmatig cijfers corrigeert, een proces dat regelmatig vertraging oploopt: die signalen wijzen naar tijd en geld. Oftewel concrete impact op de business.
Pijn is de beste graadmeter die er is. Volg hem, en de vraag welke data prioriteit krijgt, beantwoordt zichzelf.
Prioriteren is het stuur in handen hebben
Een leverancier verkoopt zijn eigen agenda. Wie zijn prioriteiten daarop baseert, geeft de regie uit handen.
Initiatieven die inspelen op pijn die de organisatie al voelt, krijgen bijna automatisch steun, want er hoeft niemand meer overtuigd te worden dat het probleem bestaat. De omgekeerde route, een project optuigen en er achteraf een probleem bij zoeken, verkoopt zichzelf zelden zo makkelijk.
Focus ontstaat vanzelf, als je bij je business begint
Zo ontstaat vanzelf een prioritering. De data die aan de basis ligt van de grootste knelpunten, is ook de data die het eerst op orde moet voor data gedreven werken.
Diezelfde data draagt het meest bij aan succesvolle AI-toepassingen. Logisch: AI voelt de pijn niet. Wij wel.
Die volgorde omdraaien werkt al jaren averechts. Een toepassing bouwen op een middel in plaats van een probleem, draagt niet bij aan betrouwbare data.
Van pijn naar prioriteit
Een integrale aanpak begint bij een concrete vraag: welk probleem raakt het bedrijfsresultaat het hardst, en welke data ligt daaraan ten grondslag?
Dat vraagt gesprekken met de mensen die de pijn dagelijks voelen, en de bereidheid om daar consequenties aan te verbinden. Een tool aanschaffen is verleidelijker. Net zoals “ja” zeggen tegen het mooie slidedeck van de grote consultants. Die opties verdienen vooral aan het middel zelf.
De Business First route heeft een iets langere aanloop, maar wint dat ruimschoots terug in de implementatie. Architecten weten dat al decennia: tijd die vooraf in het ontwerp gaat zitten, betaalt zich terug in de uitvoering.
Bestuurders die hun bedrijfs- en datastrategie serieus nemen, beginnen bij het bedrijf: waar doet het pijn, wat kost dat, en welke data is daarvoor nodig. De vorm, of dat nu IT-consolidatie is, AI of iets anders, volgt daarna vanzelf.
Bij MAD-Quality noemen we dat Business First, de basis van onze Go-Mad aanpak: eerst het probleem, dan de strategie, dan pas de vorm.
Data hoeft niet perfect te zijn. Ze moet adequaat zijn.
Meer weten over datakwaliteit? Volg Ruud op LinkedIn voor updates over data. Lees ook onze andere blogs op MAD-Quality.

